Nederlands   English   Français

ACTUEEL » PUBLICATIES

PUBLICATIES
Download hier Adobe Acrobat Reader om de PDF bestanden te lezen.


» "Zonnestroom opent venster naar de wereld"

Op de foto wil ze liever niet. Taemby Nsybede heeft haar gezicht ingesmeerd met een dikke laag rode oker vermengd met botervet als bescherming tegen de zon. Het is het goedkoopste middel tegen verbranding dat al generatieslang bij veehouders in zwang is. Tegenwoordig is de zon niet langer louter een verzengende koperen ploert, zij ontpopt zich ook als een vriend. Vanaf het zonnepaneel op het dak van haar woning loopt de bedrading naar de bak met accu en meters, vandaar vertakken de blauwe stroomdraden zich naar lampen, radio en televisie. Nsybede schakelt haar zwart-wit tv in, rommelt vervolgens wat aan de antennes. Ze doet tevreden een stap terug als er beeld verschijnt. Een praatprogramma. ‘Ik ben heel blij dat we nu eindelijk stroom hebben. Het vergemakkelijkt het contact met de buitenwereld’, zegt ze.

De eenvoudige boerenwoning ligt tegen een steile heuvel in een plattelands gehucht dat bestaat uit verspreid staande eenvoudige huizen van leem, steen en hout. Naast de woning van Nsybede staat een traditionele ronde hut met rieten dak voor het vee. Kippen en een roedel honden scharrelen over het erf. Geiten en koeien dwalen tussen de huizen op de helling. Drie kinderen zitten te eten uit een kom in de keuken waar ook de accu met regelaar staat. Het systeem is geplaatst in een handige plasticdoos voorzien van een slotje in de vorm van een spoelbak. Zonnepaneel en toebehoren zijn zo in een mum van tijd te plaatsen. Met verbaasde ogen kijken de jochies op naar het bezoek. Een blanke zien ze niet zo heel vaak bij hun over de vloer. Hun moeder die zelf niet op de foto wil, gebaart hen om buiten het huis te poseren. Samen met oma die onder een afdakje in de schaduw ligt te handwerken. Nsybede vertelt dat het huis al een keer grotendeels is afgebrand door een brandende kaars die was omgevallen. Dat was nog in de tijd dat ze geen lampen hadden op zonnestroom. ‘Nu is het veel gemakkelijker. ’s Avonds hebben we een paar uur licht en we kunnen ook een mobieltje opladen. Dit is een uitkomst.’ In de Zuid-Afrikaanse winter wordt het al aan het eind van de middag donker, de verlichting die het zonnepaneel op het dak verschaft is dus een uitkomst. Haar grootste wens is dat de boerengemeenschap van een paar duizend inwoners in de bergen van Lebombo, wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. Het is een verlangen dat Sifiso Dlamini tijdens zijn rondgang langs klanten van zonnestroombedrijf NuRa veelvuldig hoort. De directeur vindt het lastig dat hij hun droom in gruzelementen moet slaan, maar kan moeilijk verhelen dat de aanleg van een hoogspanningsleiding naar de dunbevolkte uithoek van Zuid-Afrika een utopie is. ‘Veel te duur. Dat kan dit land niet betalen. Het zou zich gezien de enorme investering in de infrastructuur ook nooit kunnen terugverdienen.’ En dus blijft zonne-energie een goed alternatief. Zeker in een streek waar het aantal zonne-uren voor Nederlandse begrippen ongekend hoog is. Dlamini rekent voor dat de installatie van een zonnepaneel per huishouden vier keer zo goedkoop is dan de aanleg van een stroomnet. ‘Politici zouden de kiezers geen valse hoop moeten geven door in verkiezingstrijd beloften te doen waar ze zich toch niet aan kunnen houden. Zelfs oud-president Mbeki heeft beloofd dat alle inwoners van Zuid-Afrika in 2012 toegang tot elektricteit zouden hebben. Dat is onmogelijk.’ De lijsttrekkers proberen stemmen te trekken met de suggestie van stroom voor de arme plattelandsbevolking. ‘Ze zouden open kaart moeten spelen. Dat is eerlijker. Het staat vast dat grote delen van het platteland nooit op het stroomnet zullen worden aangesloten.’

In 2001 ontstond NuRa uit een samenwerking tussen de Nederlandse energieleverancier Nuon en het Zuid-Afrikaanse technologiebedrijf Raps uit Johannesburg. De partners hadden ingeschreven in op een aanbesteding van de Zuid-Afrikaanse overheid gericht op elektrificatie van het platteland . De concessie die NuRa kreeg toebedeeld in het noordoosten van Kwazulu-Natal omvat 30.000 vierkante kilometer, vergelijkbaar met de omvang van Noord-Nederland. ‘Een enorm uitgestrekt gebied’, stelt Dlamini vast. Zijn bedrijf is momenteel vooral actief in de heuvels en kustvlakte grenzend aan Swaziland en Mozambique. Een geïsoleerd en afgelegen landsdeel dat ook economisch weinig in de melk heeft te brokkelen. De streek Maputaland omvat ondertussen wel de mooiste natuurgebieden van het land met de bijna aaneengesloten wetland wildparken van Tembe, St. Lucia, Hluhluwe Umfolozi en Mkhuze. De rijkdom aan flora en fauna in uitgestrekte natuurterreinen verraadt ook al dat het gebied niet bepaald tot de hooggeïndustrialiseerde streken behoort. De hoofdvestiging van NuRa bevindt zich in Mkuze, een slaperig plattelandsplaatsje dat bestaat uit een paar elkaar kruisende geasfalteerde straten met enkele supermarkten, banken en kantoren. Het asfalt gaat al snel over in zand- en gravelpaden. Van de 150.000 potentiële klanten voor zonnestroom in het werkgebied, heeft NuRa er in de afgelopen jaren ruim 10.000 aan zich weten te binden. Een huzarenstukje waarmee het bedrijf gunstig afsteekt tegen de concessiehouders in andere delen van het land. ‘We doen het goed’, constateert Dlamini. Zijn bedrijf hanteert een tarief voor de afgenomen stroom die kan concurreren met de prijs van kaarsen of paraffine. De klanten betalen maandelijks hun tarief bij een van de acht onderhoudswinkels en kunnen na betaling weer zonne-elektriciteit aftappen. ‘Doordat ook radio en televisie kunnen worden aangesloten op ons systeem krijgen de mensen toegang tot informatie. Zo’n venster naar de buitenwereld is een hele belangrijke bijkomende factor. De kwaliteit van lamplicht is ook vele malen beter dan de flakkerende vlam van een kaars of lantaarn.’ De directeur kwam in 2005 bij NuRa werken. Het was vooral de combinatie van het verbeteren van de directe leefomstandigheden met technische middelen, die hem als techneut aansprak. Dlamini: ‘De waarde voor de samenleving van dit project is groot. We leveren een bijdrage aan het verbeteren van de levenssituatie van mensen die onderop de sociale ladder staan. Zij krijgen toegang tot de rest van de wereld. Daarmee bevorderen we gelijktijdig de educatie van de plattelandsbevolking.’ NuRa heeft ook enkele scholen als klant. Het schoolhoofd had geklaagd dat het lesgeven aan leerlingen moeilijk is als hij geen gebruik kon maken van video, computers of diabeelden. Er liggen nu zonnepanelen op het dak van de school die de elektriciteit leveren. ‘Visualisering is heel belangrijk, daarin speelt stroom een grote rol’, beseft Dlamini. ‘Als ik al die zaken bij elkaar optel dan ben ik heel blij dat ik op deze manier een bescheiden steentje kan bijdragen aan de vooruitgang.’ Daarnaast speelt ook een strategisch belang mee in de keuze van zijn huidige werkkring. Hij gelooft dat op de middellange termijn zijn land de overstap naar duurzame energiebronnen moet maken. ‘We zullen uiteindelijk ook rijke mensen moeten interesseren voor hernieuwbare energie.’ Het doet hem deugd dat hij op die missie wereldwijd medestanders vindt. ‘Het is een grensoverschrijdende beweging die zich de toekomst van de planeet aarde voor de generaties die na ons komen aantrekt. Technische oplossingen moeten waarde toevoegen aan de kwaliteit van leven. Tijdens mijn studie aan de universiteit van Durban heb ik veel gediscussieerd over de toepasbaarheid van techniek. Als jochie van redelijk welvarende ouders in Swaziland heb ik geleerd dat we de dingen niet al te vanzelfsprekend moeten beschouwen. Het is belangrijk iets goeds voor de samenleving te doen. Op mijn manier probeer ik daar met dit bedrijf aan te werken. Te veel mensen zijn nog onbekend met zonne-energie en andere alternatieven voor fossiele brandstoffen. Tachtig procent van de stroom in Zuid-Afrika wordt nog opgewekt in kolengestookte centrales. De milieuschade is immens.’

Er is NuRa veel aan gelegen de klantenkring verder uit te breiden. Omdat een eigen winkel alleen kostendekkend is bij minimaal 2500 klanten in een redelijke straal om de vestigingsplaats, gaat Dlamini ook rondtrekkende serviceagenten aanstellen. Dan hoeft de klant minder vaak de omslachtige reis naar de vestigingsplaats van een winkel te maken. ‘Dat maakt het gemakkelijker voor de bewoners om de stap naar zonnestroom te zetten’, verwacht hij. De komende vijf jaar wil het bedrijf groeien tot 50.000 klanten. Inmiddels zijn veel kinderziekten uit het systeem gehaald, zodat de directeur de ambities ook denkt waar te kunnen maken. ‘Voor een huishouden is het al een hele prestatie om elke maand opnieuw voldoende geld opzij te leggen om de stroom die ons zonnepaneel levert ook te kunnen betalen. Wij helpen de gezinnen ook om een huishoudboekje op te stellen. Zodat ze leren vooruit te plannen in hun uitgaven.’ Tijdens de rondgang langs klanten blijkt hoe moeilijk dat is. Bij twee van hen knippert een rood lichtje op de huiscentrale als teken dat zij hun elektriciteit niet op tijd hebben betaald. De vrouwen vertellen dat ze de stroom nu wel missen. Dlamini zegt dat hij ze pas weer toegang kan verlenen tot het systeem als ze de schuld hebben vereffend. Na een maand worden de wanbetalers automatisch afgeschakeld. De directeur vertelt dat 30 procent van zijn klanten incidenteel moeite heeft met de betaling. ‘Het is een uitdaging om de klanten te helpen.’ NuRa zit veelvuldig met gemeenten om de tafel om hen erop te wijzen dat zij ook een financiële tegemoetkoming kunnen leveren. De landelijke overheid stelt namelijk subsidies beschikbaar voor de aansluiting op basisvoorzieningen zoals water en stroom. Omdat NuRa beschikt over veel cijfermateriaal en bevolkingsstatistieken denkt de directeur lokale overheden te kunnen helpen bij het opstellen van hun aanvragen. ‘Ons systeem kan makkelijk twintig jaar mee. Zolang hopen wij ook de klant aan ons te kunnen binden.’ Uit een recente enquête onder klanten bleek dat zij zeer tevreden waren. De NuRa winkels dienen tevens in veel gevallen als distributiepunt voor de verkoop van LPG in flessen. ‘Wij willen als bedrijf in alle energiebehoeften van het huishouden kunnen voorzien. Zonnestroom is niet geschikt voor gebruik in de keuken, dan is gas een efficiëntere brandstof om op te koken. De verkoop van gas levert ons nu al winst op.’ In de toekomst gaat hij ook een proef doen met de verhuur van een nieuw soort houtoven die veel minder rook geeft, tevens voor warmte zorgt en minder brandstof gebruikt. ‘Daarvan verwacht ik ook heel veel’, zegt Dlamini. ‘Ik houd van praktische oplossingen die van onderaf verandering brengen. Veel technici en bedrijven zijn alleen maar in winstgevendheid geïnteresseerd. Als je sommige mobieltjes ziet dan zitten die vol snufjes die in de Afrikaanse context volslagen overbodig zijn. Het maakt ze ook veel kwetsbaarder voor storingen.’ Het systeem dat Raps bij de aanvang van NuRa had ontwikkeld was ook een toonbeeld van technische hoogstandjes die in de sobere plattelandssituatie van Kwazulu-Natal slecht uitpakten. ‘We kregen veel meer data dan we nodig hadden. Door al die vernuftige metertjes kampten we met onnodige storingen.’ Inmiddels heeft Dlamini het systeem zo aangepast dat alleen gegevens die absoluut noodzakelijk zijn voor een goede bedrijfsvoering aan de centrale administratie worden doorgegeven. Hij hoopt de panelen en bijbehorende software nog verder te perfectioneren. ‘Het moet zo gebruiksvriendelijk mogelijk zijn, robuust en makkelijk te installeren voor onze monteurs.’ De batterij is het onderdeel met de kortste levensduur. Omdat NuRa samenwerkt met de lokale bevolking bij de installatie van panelen in een bepaald gebied, valt de diefstal van panelen erg mee. Van de tienduizend zijn er totnogtoe driehonderd gestolen. ‘We schakelen consequent de politie in om dat percentage nog verder naar beneden te brengen. Onze panelen zijn ook allemaal voorzien van een merkje zodat we ze makkelijk herkennen. Zo’n 30 procent van de gestolen panelen hebben we weten te achterhalen.’ Uiteindelijk gaat het er vooral om dat de klant zich verantwoordelijk weet voor zijn eigen zonnepaneel. ‘Hij moet er van gaan houden’, vindt Dlamini. Zijn eigen relatie met de duurzame stroomvoorziening is in elk geval tamelijk diepgaand. Hij gaat aan huis een laboratorium inrichten zodat hij in eigen tijd verder kan schaven aan de vervolmaking van de systemen. Het bedrijf is bijna winstgevend, weet Dlamini. Gezien de grote behoefte aan stroom voor huishoudens op het platteland en de onmogelijkheid om daarin te voorzien via het leidingnet is hij optimistisch over de toekomst van NuRa. ‘Wij zijn nu al toonaangevend in het leveren van duurzame energie aan huishoudens. Die positie gaan we de komende jaren verder uitbouwen.’

Een behoorlijk probleem bij de bedrijfsvoering vormt het grote personeelsverloop door aids. Alleen al vorig jaar moest hij zeven van de zeventig werknemers om die reden vervangen. ‘Dat heeft een grote impact. Het helpt dat drie van de ervaren managers optreden als begeleider. We voorzien ook in behandeling als de ziekte optreedt. Van al het personeel heeft 87 procent zich laten testen, dat is een heel aanzienlijk aantal.’ Van de aandelen is 20 procent in handen van het personeel nadat Raps haar part van het bedrijf heeft verkocht. ‘De medewerkers plukken daar de vruchten van. Ze voelen zich heel betrokken bij NuRa.’ Dlamini heeft er op toegezien dat de balans tussen de seksen vrijwel is gelijkgetrokken. Hij vertelt glimlachend dat het alleen moeilijk bleek om de gelijke behandeling ook binnen de technische afdeling te realiseren. ‘De 23 monteurs rijden op brommers, dat bleek wel een probleem te zijn voor de dames. We hebben één van hen uiteindelijk moeten voorzien van een squad zodat ze toch op pad kon.’ Daarnaast krijgen de werknemers alle kans om zich verder te bekwamen op hun vakgebied. ‘Als bedrijf willen we verder kijken dan de ontwikkeling van ons eigen personeel of groei van onze winstgevendheid. We richten ons op de hele gemeenschap door te helpen bij de opzet van kleine bedrijfjes of donaties aan scholen. Goed onderwijs is volgens mij nog altijd de beste uitweg uit de armoede. Uiteindelijk hebben wij als onderneming ook weer behoefte aan beter geschoold personeel.’ NuRa heeft zichzelf volgens de directeur al meer dan bewezen. ‘Het systeem werkt en voorziet in een behoefte.’

Voor 120 euro gaat in Afrika het licht aan

Duur is het niet en de aansluiting op zonnestroom verschaft een Afrikaans huishouden enorm veel toegevoegde waarde. Voor 10 euro per maand en dat een jaar lang, krijgt een plattelandsgezin in Mali of Zuid-Afrika toegang tot veilige, duurzame en betaalbare elektriciteit. Met die simpele rekensom denkt Annemarie Goedmakers de Nederlandse energieklant te overtuigen van het nut van een bijdrage aan FRES. De in Amsterdam gevestigde stichting Foundation Rurale Energy Services waar Goedmakers voorzitter van is, hoopt uiteindelijk 100.000 klanten op het platteland in ontwikkelingslanden te voorzien van zonne-energie. ‘Of je wel of niet elektriciteit hebt, is letterlijk een verschil van dag en nacht. Een stopcontact geeft bovendien toegang tot de wereld. Stroom is onmisbaar voor het opladen van een mobiel, het kijken van televisie of het luisteren naar de radio.’

De eerste ideeën voor FRES ontstonden in 1997. Goedmakers was in die periode directeur duurzame energie bij Nuon. ‘We keken naar nieuwe markten en nieuwe producten. Grote delen van de wereld zitten zonder elektriciteit. Het gaat om meer dan 2 miljard mensen. Potentieel is dat heel interessant, niet alleen voor die mensen om stroom te ontvangen maar ook voor bedrijven die dat kunnen realiseren.’ Nuon ontwikkelde een commercieel model dat voor de lokale bevolking in Afrika betaalbaar leek en toch winstgevend zou kunnen zijn. In Mali werkte het bedrijf samen met het franse staatsstroombedrijf EdF, in Zuid-Afrika met partner Raps. Uitgangspunt was dat de bedrijven zich na een subsidie voor de plaatsing van panelen uiteindelijk zelf moesten bedruipen uit de inkomsten van zonnestroom. In 2002 werd de stichting FRES opgericht om het beheer van de aandelen in de lokale bedrijven op zich te nemen. Daardoor zou het ideële karakter en de doelstelling op lange termijn ook minder onderhevig zijn aan de koerswijziging in de bedrijfsvoering van Nuon. Tot 2011 draagt de Nederlandse energieleverancier nog jaarlijks 75.000 bij aan de bureaukosten van FRES. Daarna staat de stichting helemaal op eigen benen. Om de komende jaren nog eens 90.000 gezinnen te voorzien van duurzame energie zijn extra investeringen van 60 miljoen euro nodig. De Nederlandse overheid heeft al 10 miljoen toegezegd, evenals Nuon. Ook de Wereldbank toont interesse om bij te springen. ‘Zonne-energie draagt bij aan de ontwikkeling van de landen’, aldus Goedmakers. ‘Het potentieel voor de nagestreefde groei is er zeker want op veel plaatsen zal nooit een openbaar net komen. In verhouding tot zonnestroom zijn traditionele lichtbronnen als kaarsen en olielampen relatief veel duurder en vooral ook onveiliger.’ Goedmakers heeft er geen moeite mee dat de plaatselijke bedrijven een zakelijke aanpak hebben. ‘De klanten betalen per maand. Als ze een maand niet betalen gaat er een herinnering de deur uit, na twee maanden wordt het systeem weggehaald. Als te veel klanten niet betalen, gaat het bedrijf failliet of wordt de rekening voor de wel betalende klanten veel te hoog. Op die manier dragen we ook bij aan de betalingsmoraal. Marktwerking is niet alleen maar vies, er kleven ook heilzame aspecten aan. In principe moeten onze bedrijven twintig jaar mee kunnen. Als ze dat in de praktijk halen, kunnen ze ook honderd jaar worden.’ Aan de andere kant opereert FRES wel vanuit nobele motieven. ‘Ons streven is dat arme mensen toegang tot stroom krijgen. We zijn goed doel met een zakelijke aanpak, maar onze tolerantie en inspanning om ons doel te bereiken is groter dan bij een puur commerciële insteek. Ik geloof dat wij een verantwoordelijkheid hebben voor de ontwikkeling van mensen die het armer hebben.’ In gebieden zonder openbaar net met een behoorlijk inwonertal zijn volgens Goedmakers duurzame energiebedrijven volgens het innovatieve concept dat FRES heeft ontwikkeld, heel goed levensvatbaar. De ondernemingen in groene stroom krijgen daarnaast ook nog eens hulp van de financiële- en technische deskundigen uit het netwerk van FRES. ‘We leren hen een bedrijfsmatige aanpak. Dat is heel mooi en nuttig’, concludeert Goedmakers. De stichting bevordert ook de kennisuitwisseling tussen de bedrijven in verschillende Afrikaanse landen.

In 2008 maakten driehonderd Nuon klanten een bedrag van 120 euro over. Daarvoor krijgt een gezin in Afrika een zonnepaneel, een regelaar en een accu die voldoende stroom leveren voor een paar lampen, een radio of zwart-wit televisie gedurende een aantal uren per dag. Er zijn plannen voor een grotere campagne om donateurs voor zonnestroom in Afrika te werven.

(PDF, 237 Kb)
Klik hier of op de afbeelding om het orignele artikel te bekijken.

anbi
FRES is een door de belastingdienst
erkende Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).

zakelijke donateurs