Duurzaamheid in rurale elektrificatie

FRES wil haar doelstellingen in ontwikkelingslanden bereiken met behulp van lokaal ondernemerschap. FRES-Nederland heeft daarin een ondersteunende rol.

We hanteren vier criteria waaraan we de prestaties en duurzaamheid van onze lokale bedrijven afmeten:

  • verhogen klantenaantal
  • verbetering betalingsgraad
  • kostenreductie
  • financiële duurzaamheid

Voor het opstarten van een nieuw FRES-bedrijf is een speciale procedure ontwikkeld die bestaat uit  zes fases:


Fase 1 – Pre-selectie landen, drie mogelijke aanleidingen

  • Marktpotentie-onderzoek
  • Verzoeken van overheden of NGO’s
  • Deelname aan tenders die uitgeschreven worden om een gebied te voorzien van elektriciteit

Fase 2 – Desk research

We verzamelen zoveel mogelijk gedetailleerde informatie over wet- en regelgeving m.b.t. elektrificatie, belastingen, concessiegebieden, mogelijke concurrentie en de economische situatie per regio.


Fase 3 – Marktonderzoek

Onderdelen marktonderzoek:

  • Het inkomensniveau en de ‘traditionele’ energiekosten (kerosine, kaarsen, accu’s en het opladen van mobieltjes) van de bevolking
  • De potentie van het concessiegebied: er moeten minimaal 10.000 potentiële klanten zijn in een omtrek van 10.000 km2.
  • Bereidheid van de overheid tot samenwerking en het treffen van regelingen m.b.t. invoerrechten, btw-vrijstelling of subsidie voor de eindgebruikers

Fase – 4  Opstellen businessplan

Het businessplan moet de levensvatbaarheid van het nieuwe FRES-bedrijf tonen. Het standaard FRES-businessplan wordt aangepast aan de lokale situatie. Het plan bevat de volgende onderdelen:

  • verwachte aantal klanten
  • doelgroep van het op te richten bedrijf
  • tijdsplanning
  • kosten en batenprognose voor de eerste jaren
  • onderbouwd financieringsplan

Fase 5 – Besluitvorming en implementatie

Aan de hand van het businessplan besluit het bestuur of het nieuwe FRES-bedrijf kan worden opgestart. Het bestuur legt haar besluit vervolgens ter goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht. Wanneer de financiering rond is, wordt er een directeur en een Raad van Commissarissen aangesteld. Dan wordt er ook lokaal personeel geworven: managers, technici, sales executives en administratief medewerkers. Zij krijgen waar nodig een gerichte opleiding. Elk bedrijf begint met een kleinschalige pilot om de lokale omstandigheden en de beste aanpak in de praktijk te toetsen. Op die manier blijft het financiële risico beperkt.


Fase 6 – Monitoring en bijsturing

FRES monitort en evalueert de prestaties van de lokale bedrijven aan de hand van de vier criteria uit het businessplan. In de eerste jaren na de oprichting ligt de focus vooral op

  • het aantal en type klanten
  • kosten per klant
  • salarissen en secundaire arbeidsvoorwaarden
  • het aantal klachten en de aard ervan
  • terugverdientijd
  • overheadkosten
  • investeringsuitgaven per klant

Gebaseerd op deze punten worden de plannen en het beleid van het bedrijf waar nodig bijgesteld.

Ten slotte doet FRES ook onderzoek naar de socio-economische impact van de lokale FRES-activiteiten. De frequentie en aard van dergelijk onderzoek wordt bepaald door de behoefte van onze partners, sponsors en andere stakeholders.